De nieuwe Wet op de reisovereenkomst is ingegaan op 1 juli 2018 en is de uitwerking van de Richtlijn pakketreizen (‘de Richtlijn’). De wet kent in navolging van de Richtlijn een afwijkende definitie van het overmachtsbegrip. De wet spreekt over non-conformiteit die te wijten is aan ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden’’. In een dergelijk geval is de organisator geen schadevergoeding verschuldigd aan de reiziger, maar heeft zowel de reiziger als de reisorganisator wel het recht om de reisovereenkomst te beëindigen.

De term ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden’ sluit niet aan bij het gebruikelijke overmachtsbegrip uit de Nederlandse wet. Het is een speciale inkleuring van het overmachtsbegrip op grond van de Richtlijn. Ook is de definitie van overmacht uit de oude Wet op de reisovereenkomst en de oude Richtlijn pakketreizen (’de oude Richtlijn’) niet hetzelfde als in de nieuwe wet. Daarnaast is de gebruikte terminologie ook weer afwijkend van het overmachtsbegrip in de Denied Boarding Compensation Verordening (‘de Verordening’, welke Verordening ziet op compensatie voor reizigers in geval van instapweigering (overboeking), vluchtvertraging of annulering van de vlucht. In dit artikel probeer ik inzichtelijk te maken waar de verschillen hem in zitten en of die verschillen te verklaren zijn.