Wanneer er een franchise beschikbaar is waarin als franchisenemer geïnteresseerd bent, zal er een franchiseovereenkomst afgesloten moeten worden met de franchisegever. In de wet zijn geen specifieke eisen gesteld waaraan een dergelijke overeenkomst dient te voldoen. Zolang de overeenkomst voldoet aan de algemene regels die voortvloeien uit de wet, is er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen.

Als u als franchisenemer aan de slag gaat, zal er veelal ook een huurovereenkomst tot stand moeten komen omtrent de huur van het pand waaruit u de onderneming gaat drijven. Met betrekking tot een huurovereenkomst worden er in de wet wel specifieke eisen gesteld, waar niet altijd (gedeeltelijk) vanaf geweken mag worden. In de praktijk is de situatie vaak zo dat de verhuurder en/of eigenaar van de bedrijfsruimte tevens de franchisegever is.

Voor zowel franchisenemer als franchisegever is het van belang goed na te denken over de combinatie van huur- en franchiseafspraken.

Wanneer de afspraken omtrent de franchise en de huur in één overeenkomst worden vastgelegd, hebben de regels met betrekking tot de huur altijd voorrang. Dit is omdat de wet specifieke eisen stelt aan huurovereenkomsten. In de praktijk kan dit vergaande gevolgen hebben.

Als franchisenemer is het altijd van belang om te weten welke positie u heeft. Het maakt namelijk een groot verschil of u onderhuurder bent of huurder. De wet beschermd huurders namelijk meer dan onderhuurders. Zo is bijvoorbeeld een huurovereenkomst met een onderhuurder eenvoudiger te ontbinden dan een reguliere huurovereenkomst.

Een ander belangrijk praktijkvoorbeeld waaruit blijkt dat er een goede afweging gemaakt moet worden tussen het afsluiten van één overeenkomst en een aparte franchise- en huurovereenkomst komt voort uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 april 2014. In deze kwestie hadden partijen de verhuur van een autowasstraat geregeld in de franchiseovereenkomst. Er was dus één overeenkomst tot stand gekomen. Tussen partijen is een geschil ontstaan welke als gevolg heeft gehad dat de franchisegever de gehele franchiseovereenkomst zonder tussenkomst van een rechter heeft ontbonden. Vervolgens heeft de franchisegever onder meer de sloten van de wasstraat vervangen, waardoor de feitelijke exploitatie van de onderneming niet meer mogelijk was voor de franchisenemer.

De rechter heeft in deze zaak geoordeeld dat de buitengerechtelijke ontbinding door de franchisegever heeft plaatsgevonden in strijd met de wet. Een franchiseovereenkomst zou wel buitengerechtelijk ontbonden kunnen worden, maar een huurovereenkomst niet. In de wet is namelijk opgenomen dat een huurovereenkomst enkel door de rechter ontbonden kan worden. Nu in deze kwestie de franchiseovereenkomst tevens de verhuur van de bedrijfsruimte regelde, hebben de wettelijke regels omtrent huur voorrang boven de afspraken die zijn gemaakt in de franchiseovereenkomst. De rechter heeft daarom geoordeeld dat de buitengerechtelijke ontbinding van de franchiseovereenkomst onrechtmatig is geweest. De rechter is nu in deze kwestie niet toegekomen aan de beoordeling of er daadwerkelijk een tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst door de franchisenemer had plaatsgevonden.

Wanneer de franchisegever de overeenkomst had opgesplitst in twee overeenkomsten, dan had de huurovereenkomst alsnog enkel door een rechter ontbonden kunnen worden. Echter, de buitengerechtelijke ontbinding van de franchiseovereenkomst had dan in stand gebleven. De franchisenemer zou in dat geval een gerechtelijke procedure moeten starten om de ontbinding eventueel te kunnen terugdraaien. De franchisegever zou de vraag of de buitengerechtelijke ontbinding terecht is geweest kunnen voorleggen aan de rechter. Dit is van belang, nu in een franchiseovereenkomst vaak een postcontractueel non-concurrentiebeding beding wordt overeengekomen en in de huurovereenkomst een bestemmingsbeding.

Het is dus, voor zowel franchisenemer als franchisegever, van groot belang om vooraf te bepalen wat de voor- en nadelen kunnen zijn van een franchiseovereenkomst waar tevens de huur van een pand wordt geregeld, of dat hiervoor twee overeenkomsten worden afgesloten.